Getuigenis van Cees: Honger naar mannelijkheid _____________________________________________________________________
"Wie heeft er interesse om enkele dagen per week als vrijwilliger in onze evangelische boekhandel te werken?" De oproep werd gedaan tijdens een zondagmorgensamenkomst. Spontaan stak ik mijn hand op. Ik had op dat moment geen werk en het leek me, naast het solliciteren naar een baan, wel een zinvolle dagbesteding.
Niet lang daarna hielp ik zelfstandig klanten in de boekhandel. Tijdens stille uren bekeek ik boeken. Toen viel mijn oog op het boek 'Genezing van de homoseksueel' van Leanne Payne. M'n hart ging flink tekeer. Zou er werkelijk genezing zijn voor een probleem waarmee ik in stilte worstelde? Ik kon het boek kopen zonder dat het bij iemand vragen zou oproepen. Dit boekje van Leanne heeft mijn ogen geopend om datgene wat er in me plaatsvond, te doorzien. Het bracht ook geloof dat ik uit de banden van homoseksualiteit zou kunnen komen, dat ik er niet levenslang toe veroordeeld was.
Bovendien was ik diep geraakt door Gods fijngevoeligheid om mij, via een klein omweggetje, in contact te brengen met dit boek in een voor mij veilige setting; ik zou het nooit gekocht hebben als ik langs een kassa moest, uit schaamte.
Verwerping
Verwerping heeft een grote rol gespeeld in mijn leven. Al in mijn vroegste herinneringen was er geen goede band tussen mijn vader en mij. Wat hier de precieze oorzaak van is, heb ik nooit kunnen achterhalen. Waarschijnlijk was mijn afwerende, afstand scheppende houding mijn antwoord op de onveiligheid en kilte die ik in zijn nabijheid ervoer. Als hij in mijn buurt was, moest ik niet veel van hem hebben. Ik duwde hem als het ware weg, wilde niet te veel met hem te maken hebben. Hoewel we nooit knallende ruzies gehad hebben, verzette ik me innerlijk tegen hem. Nu zag ik hem gelukkig niet veel, want hij had een drukke baan en was bijna nooit thuis.
In feite verwierp ik mijn vader. Ik trok meer naar mijn moeder. Wat ik destijds niet doorhad, maar me later met hulp van anderen wel bewust werd, was, dat ik, met het verwerpen van m'n vader, ook alles verwierp wat bij hem hoorde: mannelijkheid, man-zijn en dergelijke. Ook het mannelijke in mezelf. Ik kon er geen liefde voor opbrengen. Grote delen van mijn identiteit verwierp ik. Ik wilde niks van mezelf als man weten. Ik had bedacht dat ik wel zonder kon leven. Zoals ik in mijn jeugd mijn vader ontweek, zelf mijn leven wilde inrichten en regelen, zo dacht ik later om 'delen van mezelf' heen te kunnen leven.
Nu heeft God gelukkig in ieder mens een diep verlangen naar eenheid gelegd. Ook in mij. Ik merkte dat ik sterk aangetrokken werd tot iets dat ik diep van binnen verwierp: mannelijkheid. Er was een grote 'honger' op dat gebied. Een honger die gestild moest worden. In de puberteit is dit verlangen seksueel vertaald gaan worden. Aan vrouwen of meisjes dacht ik niet. Het 'lege gat' in mijn man-zijn is in die levensfase door satan 'gebruikt' om mij op seksueel gebied richting mannen te duwen. Een in principe gezond zielsverlangen naar 'eenheid in jezelf' en een zich ontwikkelende seksualiteit worden door hem gemakkelijk in elkaar geschoven.
Er ontwikkelde zich een patroon waarbij ik over mannen fantaseerde, me voorstelde dat er liefde voor me werd opgebracht. Ik probeerde in contact te komen met het mannelijke. Jarenlang probeerde ik via zelfbevrediging de eenheid in mezelf te herstellen. Wat ik vond was lust, geen liefde. Ik merkte dat ik het mannelijke van een ander niet kon roven en transplanteren in mezelf. Uiteindelijk vond ik niet de verzadiging in mijn man-zijn waarnaar ik zo zocht, hoewel ik er -- in mijn beleving -- tijdens homofiele fantasieën soms vlakbij leek.
Verzadiging
Steeds meer ging ik met mijn problemen in gebed naar God toe. Langzaamaan leerde ik Zijn genade te aanvaarden. Ik kreeg steeds meer in gaten dat ik een probleem had met ontvangen. Ik was ingesteld op 'tot me nemen'. Met ontvangen kon ik niet omgaan, evenmin als met geven. Geven en ontvangen zonder bijbedoelingen is liefde. En daarvan had ik weinig begrepen.
Het is voor mij een grote bemoediging geweest toen God me een keer op het hart legde om Jesaja 55 te lezen. Daarin liet Hij merken geheel op de hoogte te zijn van mijn innerlijke gesteldheid, de hongersnood die ik in mijn ziel ervoer en de manier waarop ik daarmee bezig was. In dit bijbelgedeelte staat: "O, alle dorstigen, komt tot de wateren en gij die geen geld heb, komt, koopt en eet. Ja, komt, koopt en eet zonder prijs wijn en melk. Waarom weegt gij geld af voor wat geen brood is en uw vermogen voor wat niet verzadigen kan? Hoort aandachtig naar Mij, opdat gij het goede eet en uw ziel zich in overvloed verlustige. Neigt uw oor en komt tot Mij, hoort opdat uw ziel leve.
Ik had inderdaad steeds meer het gevoel uitverkocht te raken, zonder werkelijke verzadiging te vinden. Ik was op zoek naar verzadiging in mijn ziel, maar wat vond ik: schaamte, schuld, onrust... Ik had de verzadiging gezocht in het zien, het kijken. Nu deed God een liefdevolle uitnodiging om maaltijd met Hem te houden, aandachtig naar Hem te luisteren en via dit horen de overvloed te vinden. Iets wat ik tot dan toe al wel aangevoeld had, werd met dit woord duidelijk: het echte en enige antwoord voor me was bij God te vinden, ook al wezen alle pijltjes van 'het vlees' een andere kant op.
Stappenplan
Het boek 'Genezing van de homoseksueel' werd voor mij een leidraad op weg naar herstel. Ik destilleerde er een stappenplan uit, dat ik vervolgens doorliep. Ik ging een gesprek aan met mijn vader, waarin ik hem zijn afwijzende houding naar mij toe vergaf. Ik koos ervoor om mezelf te aanvaarden, m'n man-zijn te aanvaarden. Dit herhaalde ik vaak en sprak het als het ware steeds tegen mezelf uit.
Belangrijk was ook de manier waarop ik naar mannen keek, 'aan te pakken'. Ik had mezelf als het ware getraind om mannelijkheid te signaleren. Ik screende mijn netvlies af om te zien of er iets mannelijks was, dat mijn innerlijke leegte kon vullen. Nu ging ik geleidelijk beelden van andere mannen 'krijgsgevangen' maken, om ze aan God uit te leveren. Dit deed ik bijvoorbeeld als ik door de stad fietste of televisie keek. Met ‘krijgsgevangen maken’ bedoel ik het benoemen van de verleiding in gebed, zo'n verleiding als het ware vastbinden in Jezus’ naam en aan Hem uitleveren.
In het begin had ik er een dagtaak aan. Toch merk je dat het goed is om het te doen; je houdt de verleidingen buiten, neemt er gezag over. Wat er echter ook gebeurt, is dat de innerlijke pijn voelbaarder wordt, het gapende gat, de kloof die alleen God maar kan oplossen. Hij is de Schepper van het mannelijke en vrouwelijke. Hij wil in de nood voorzien. Ik heb gemerkt dat hoe gehoorzamer ik ben, hoe meer ruimte ik aan God geef om in me te werken; de honger is dan puur en nog niet 'weggesnoept' met beelden van mannen.
Stilte
Ik leer in de stilte bij Hem te zijn. Aanvankelijk raakte ik daarbij best wel verkrampt, vond ik het heel eng om werkelijk bij Hem te zijn. Maar als ik mijn aandacht richt op Hem, is Hij daar en komt met Zijn liefde. Ik mag van Hem ontvangen, wat zo anders is dan het 'roven van mannelijkheid' dat ik voorheen deed. Hij wekt liefde op voor mijn man-zijn en brengt het mannelijke in me tot leven. Die combinatie van gehoorzaamheid (ieder onrein beeld krijgsgevangen maken en uitleveren aan Hem) en verwachtingsvol opzien naar Hem heeft mij verder gebracht richting herstel. Ik strek me verder uit naar God; Hij is niet alleen mijn Schepper, maar wil ook mijn Herschepper zijn. Ik verwacht volledig herstel, dat mooi verwoord wordt door Richard in Leanne Payne’s boek 'Crisis in mannelijkheid' (pagina 40): "Toen sloeg de kloof binnenin me met een klap dicht. Ik werd heel. Ik ervoer mijn man-zijn en mijn man-zijn ervoer mij." Dat wat vroeger weggedrukt werd, mag erbij horen en de volle ruimte krijgen. Ik dank God voor de trouwe en liefdevolle weg van herstel die Hij gaat. In 1 Johannes 3:8 staat: “Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.” Hij heeft de duisternis in mijn leven verbroken, ondanks mijn 'beter weten', ontrouw en hang naar oude, failliete patronen. En ik weet: ervoor kiezen om met Hem je levensweg wandelen, is de beste keuze die je als mens kan maken!
Cees
_____________________________________________________________________
Op weg naar verandering.....Een getuigenis van Hilda
Rond mijn twintigste werd ik mij er voor het eerst van bewust dat ik homoseksuele gevoelens had. Opgegroeid in een gelovig gezin koos ik op jonge leeftijd al voor God, hoewel er toen niet echt sprake was van een relatie met Hem. Als kind had ik geen vriendjes of vriendinnetjes. Ik was een teruggetrokken persoontje, een 'eenling' en kon me prima zelf vermaken.
Na het voortgezet onderwijs koos ik voor de verpleging en kwam daardoor op kamers te wonen. Dit was een grote verandering: van het veilige en beschermde leventje thuis ineens zelfstandig en 'tussen de mensen'. Het belangrijkste voor mij was dat ik vriendinnen kreeg. Terwijl leeftijdgenoten zich bezighielden met verkering, stortte ik mij op deze vriendschappen. Ik genoot met volle teugen, investeerde er veel in en verwachtte van de ander dezelfde inzet. In jongens had ik geen interesse. Eén van deze vriendinnen betekende veel voor me. Ik was erg aan haar gehecht en we waren bijna onafscheidelijk. Elke gelegenheid om samen te kunnen zijn benutten we. Lichamelijk contact - het tonen van een stuk genegenheid aan elkaar- speelde een grote rol. Na verloop van tijd kwam dit meer en meer op de eerste plaats te staan, en heel subtiel werden grenzen verlegd. Tenslotte kon ik niet meer zonder deze vrouw, ik was totaal gefocust op haar en deed er alles voor om maar iets van haar aandacht in de vorm van lichamelijk contact te ontvangen. Het was een exclusieve relatie geworden.
Achteraf zie ik hoe ik bezig was om met die andere vrouw een leegte in mijzelf op te vullen. Het effect was echter averechts: in eerste instantie werd het gat in mij wel gevuld, maar uiteindelijk werd het alleen maar groter. Een voortdurende hunkering om gekoesterd te worden beheerste me. Ik realiseer me nu dat dit het kind in me was dat om liefde en geborgenheid schreeuwde en dat zich daarin vroeger tekort gedaan voelde. Toen ik me dat bewust werd voelde ik me gebonden: ik was emotioneel afhankelijk van haar.
Omdat ik in lichamelijk contact met deze vriendin grenzen verlegd had, werd ik geconfronteerd met de vraag: 'Ben ik lesbisch?' In eerste instantie vluchtte ik weg van dat idee, maar het bleef me bezighouden. Ik ging zien hoe als klein meisje mijn aandacht al naar vrouwen uitging. Ik fantaseerde hoe ik gekoesterd werd door een vrouwspersoon en leefde eigenlijk al jaren in twee werelden, die van de realiteit en die van de droomwereld. Langzamerhand drong het tot me door dat het waar was: ik was lesbisch. Dat was een grote schok en ik kreeg een grote afkeer van mezelf. Ik zat boordevol vragen, maar wist geen antwoorden.
Twee jaar
Ik wist van het bestaan van Bureau EHAH, maar het duurde twee jaar voor ik de stap naar dit bureau durfde te zetten. Ik was bang te horen te krijgen dat er geen verandering voor mij mogelijk zou zijn en stak 'de kop in het zand'. Ik probeerde 'het' zelf onder de knie te krijgen en onderschatte daarmee hoe diep geworteld homoseksualiteit is. Zo liep een verkering al snel op niets uit en grip op mijn gevoelens voor vrouwen kreeg ik evenmin. Wat ik ook deed, ik bleef me ongelukkig voelen vanwege de gevoelens die me beheersten. Een vaste relatie met een vrouw aangaan kon ik niet. Ik wist dat dit voor God een gruwel betekende. Wel vroeg ik me af waar Hij was in deze situatie. Ik voelde me slecht, zondig en afgekeurd.
Thuis had ik niet geleerd om over gevoelens te praten, laat staan ze te uiten. Daardoor kropte ik veel van de pijn en het verdriet op. De leegte die ik van binnen voelde, werd daardoor nog versterkt. De aantrekkingskracht van die andere vrouw was groot, met name die vrouw waarmee ik kon delen, bij wie ik emoties kon uiten en begrip vond. Zo ontstond een vicieuze cirkel. Ik was niet in staat deze te doorbreken.
Nieuw mens
Uiteindelijk zette ik de stap naar EHAH. Al leefde ik niet in een homoseksuele relatie, mijn gedachteleven was wel bevuild. Ik had hulp nodig; ik had God nodig! Mijn verlangen ging uit naar een persoonlijke relatie met Hem, wat ik tot dusver niet echt kende. Vanaf mijn eerste gesprek bij EHAH wist ik dat ik een goede keus had gemaakt. Ik leerde dat God mij ziet als een heel nieuw mens en dat ik ook zo naar mezelf mocht kijken, vrij van alle gebondenheid van de zonde, ook van mijn homoseksuele gevoelens. In eerste instantie was dit een rationeel gebeuren, maar ik wilde het geloven, al sprak mijn gevoel me tegen. Na verloop van tijd en vasthoudend aan 2 Korintiërs 5:17 werd die nieuwe mens een deel van mijzelf. De homoseksuele gevoelens waren niet weg, maar er veranderde wel iets. Voelde ik me eerst beheerst door deze gevoelens, nu vond ik in God de kracht om over mijn gevoelens te 'heersen' en ze te leren hanteren. Ik begon me eindelijk vrij te voelen! Er begon een relatie tussen God en mij te groeien. En tot vandaag toe mag ik met Hem 'onderweg' zijn, al is dit van mijn kant met vallen en opstaan.
In de gesprekken bij EHAH werd een goede bijbelse basis gelegd voor mijn geloof, voor mijn relatie met God en met de ander, voor een juiste houding ten aanzien van mezelf en mijn gevoelens. Ik kreeg inzicht in de achterliggende oorzaken van mijn homoseksuele gevoelens. Via gespreksgroepen met 'lotgenoten' leerde ik er open over te zijn.
'Omturnen?'
In eerste instantie dacht ik dat God me nu zou 'omturnen' van homo naar hetero. Na een paar jaar was daar echter nog niets van te merken. Wel merkte ik dat ik groeide in mijn mens-zijn zoals God me heeft bedoeld. Ik leerde mezelf te aanvaarden en leerde om op zuivere wijze aan vriendschappen te bouwen. Vriendschappen waarin ook ruimte was voor gezonde intimiteit die zo genezend werkt. Dit gaf zoveel vervulling in mijn leven, dat het verlangen naar een huwelijk langzaamaan verdween.
In dit proces kwamen perioden van worsteling voor, vooral op momenten dat ik ondersteboven raakte van een vrouwspersoon, soms ook in de vriendschappen die ik kende. Ik vergelijk vriendschap voor mezelf met vuur: je eraan warmen is fijn en doet goed, kom je echter te dichtbij, dan brand je je en dat doet pijn. Je kunt op 'safe' spelen door het vuur te vermijden. Ik wilde me zo graag 'warmen', maar uit angst me te branden, neigde ik tot wegvluchten, met name als er in een vriendschap een moment kwam dat mijn gevoelens de kop opstaken. Door dit bespreekbaar te maken en ook te accepteren, voelde ik me ontspannen worden en verdween mijn krampachtige houding. Ik hield mijzelf steeds voor: God weet het en Hij weet ook dat ik voor Hem wil kiezen, wat mijn gevoel me ook zegt. Tevens leerde ik dat ik fouten mág maken en God me steeds een nieuwe kans geeft. Het heeft tijd gekost, maar ik ervaar nu dat mijn homoseksuele gevoelens enorm afgezwakt zijn. Ik ben blij met de vriendschappen die God me heeft gegeven. Hij heeft ze gebruikt om me te helen en stabiliteit te brengen. Er is geen exclusiviteit meer en is die neiging aanwezig, dan weet ik hoe ermee om te gaan.
In mijn familie en gemeente heb ik mensen die biddend achter me staan. Ik kan bij hen terecht als ik steun nodig heb in welke vorm dan ook. Intussen ben ik vrij open geworden en kost het me weinig moeite om over mijn gevoelens te praten. Ik voel me geaccepteerd door God, door anderen en door mezelf. Ook leer ik om me niet teveel te fixeren op het feit dat ik homoseksuele gevoelens heb. De neiging is groot om zelfmedelijden te koesteren en alleen maar bezig te zijn met mijn eigen problemen. Ik heb ontdekt dat dit uiteindelijk ook weer leidt tot een ongezonde wijze van bevredigen van die diepe hunkering naar het gekoesterd willen worden. Er is meer in mijn leven dan alleen dit stukje.
De laatste tijd merk ik hoe mijn houding ten aanzien van mannen verandert en er een interesse voor ze groeit. Ik houd me meer bezig met mijn uiterlijk en wil het vrouwelijke in mij wat meer accentueren. Bovendien merk ik hoe seksualiteit meer en meer iets van mezelf wordt en dan zoals God het bedoeld heeft. Ik onderga veranderingen en dat boven mijn verwachtingen. De weg naar een eventueel huwelijk had ik min of meer afgesloten, ik hield me bezig met het inrichten van een leven als alleenstaande. Het lijkt er nu op alsof God deze weg toch langzaam maar zeker openlegt en begaanbaar maakt. Ik verwonder mij erover. Ik wil me ervoor openstellen en daarin ook groeien naar een eventuele heteroseksuele relatie.
Mijn verlangen is Hem te volgen en te dienen, welke weg ik ook moet gaan. Daarin weet ik me afhankelijk van Zijn genade en kracht. Gelukkig weet ik dat wanneer ik ontrouw ben, Hij getrouw blijft (2 Timoteüs 2:13).
Mijn toekomst is in de hand van God.
Hilda
Top